Historiek

De gelovige inzet voor kinderen, zieken en bejaarden en in het bijzonder voor de arme mens inspireerde de Congregatie van de Zusters van het Geloof reeds lang geleden. Op het platteland bestond in de 19de eeuw de bejaardenzorg niet. Bejaarden werden door de familie opgevangen en verzorgd. Maar in 1864 werd reeds een bejaardentehuis opgericht door de Congregatie en later startte ook de ziekenverzorging ten huize.

Eind 1970 werden de gevolgen van de vergrijzing goed zichtbaar: er was een grotere hoeveelheid zorg nodig om de gezondheids- en welzijnsbehoeften van de ouder wordende mens op te vangen, vooral was er een toename van de alleenstaande en invalide bejaarden. Een stijgend aantal zorgafhankelijke hoogbejaarden kon niet altijd rekenen op de bereidheid en of de mogelijkheid voor familiale hulp. De rusthuizen waren meestal nog voor valide ouderen. De chronisch zieke bejaarden waren voor hun verzorging grotendeels aangewezen op andere ziekenhuisdiensten.

Om al deze redenen en gezien de grote nood werd door de vzw Sint-Andriesziekenhuis op 12 september 1978 een principieel akkoord aangevraagd voor een rusthuis, aanvankelijk voor 43, later voor 50 zorgbehoevende bejaarden.

Na de goedkeuring in 1979 door Minister Dewulf werden verschillende voorontwerpen voor verbouwing ingediend. Het vroegere Sint-Andriesziekenhuis werd de locatie voor de bouw van het nieuwe rusthuis.

De werken startten op 1 juni 1987 en op 1 maart 1990 volgde de ingebruikname van het nieuwe RVT. Later veranderde de naam in woonzorgcentrum en zijn we uitgebreid naar 63 woongelegenheden permanent verblijf en naar één kortverblijf.